Twintig jaar na de kernramp van 26 april 1986, reisde ik naar het getroffen gebied. Gedurende enkele dagen laat ik me onderdompelen in de beklemmende en hallucinante sfeer van de spookstad Pripiat met haar verlaten straten, lege fabriekspanden, kazernes en flatgebouwen, wanordelijke leslokalen en peutertuinen, een stad omgeven door desolate landschappen. Een stad op enkele kilometers van de kerncentrale en gebouwd in 1970 om de arbeiders, kerntechnici en hun gezinnen te huisvesten.
Ik wilde in eerste instantie de verlaten stad Pripiat en haar omgeving verkennen, maar mijn uiteindelijke doelstelling was ook een bezoek te brengen aan de oorspronkelijke bewoners van de streek die na de ramp naar hun huizen zijn teruggekeerd. Het leek me ongelofelijk boeiend om hun verhaal te horen over hoe ze er in slagen te wonen en te overleven in een besmette zone.
Ik ga de komende weken telkens een stukje tekst uit mijn scriptie publiceren aangevuld met enkele foto’s uit de reportage. In de scriptie vertel ik over mijn herinnering aan de ramp en over de reden van mijn bezoek aan Tsjernobyl en de “Zones of Exclusion”.
Onderweg naar Pripiat vraagt Maxim of ik de vorige avond nog prostituees gezien heb. “Il y en a des putes à Chernobyl, mais elles sont contaminées” grapt hij. Ondanks de wrange nasmaak die de nucleaire ramp nagelaten heeft, kan ik zijn sarcastische humor wel best smaken.
Wanneer we de stad binnenrijden vraag ik aan Maxim of men van plan is om ze ooit af te breken. “Neen”, antwoordt hij, “men gaat de tand des tijds zijn werk laten doen. Het heeft geen zin om hier geld aan te spenderen, de stad is vanwege de hoge straling voorgoed onbewoonbaar verklaard”.
Na een klim van zestien verdiepingen bevind ik me op het dak van het hoogste gebouw van Pripiat. De gebouwen van de stad rijzen als betonblokken tussen de wildgroeiende bomen uit. Het ene gebouw lijkt een kopie van het andere en is kenmerkend voor de typische communistische bouwstijl: grijs of wit beton, geen creativiteit, geen architecturale hoogstandjes. Rondom de stad heb je niets dan enorme lege vlaktes, de horizon lijkt oneindig ver weg. In de verte loert het gevaar: de kerncentrale is maar een paar kilometer hier vandaan en vormt het enige obstakel in de voorts vlakke lijn van de horizon.
De koude wind die over het dak van het gebouw raast, maakt dat we niet lang boven blijven. Geleidelijk aan zullen we de verdiepingen verkennen en appartementen doorzoeken. Wat me opvalt is dat er in de woonruimtes behoorlijk wat restanten van piano’s terug te vinden zijn. Maxim vertelt me dat er vroeger thuis veel muziekinstrumenten werden bespeeld en de piano was één van de populairste instrumenten onder de Sovjetbevolking. Van de appartementen is niet veel overgebleven. Hier en daar een lege kast, een kapotte zetel, een verroest kookfornuis, een bedveer, een gebroken lavabo of badkuip. Vele van die badkuipen werden destijds zelfs gestolen en voor grof geld doorverkocht. De vloeren liggen bezaaid met papier, karton, boeken, afgebladderde verf of loshangend behangpapier. Onze voetstappen klinken hol in de donkere gangen, er valt weinig licht binnen, het voelt akelig aan. De wind giert doorheen de gangen en openstaande deuren. Buiten het gekletter van ijzeren platen en dichtslaande deuren hoor je er enkel het onheilspellend huilen van de wind. Het geeft je het gevoel dat er nog leven in het gebouw aanwezig is.
Alle artikels uit deze reeks:
- Tsjernobyl: op bezoek bij Ganna
- Tsjernobyl: op bezoek bij Maria en Micha
- Tsjernobyl: op bezoek bij Olga
- Tsjernobyl: op bezoek bij Sava en Olena
- Tsjernboyl: reactor 4
- Tsjernboyl: een bezoek aan de verlaten stad Pripiat
- Boek: Chernobyl Legacy
Heel indrukwekkend allemaal. Zelf heb ik ook iets met Tchernobyl en de slaapspookstad Pripyat. Op Melancholia vind je heel wat video- en fotomateriaal over de Tchernobylramp, indien geïnteresseerd.