Naar aanleiding van mijn rondreis door de Verenigde Staten wil ik graag mijn workflow op locatie toelichten. Bepaalde onderdelen in deze workflow zijn identiek aan de workflow die ik hanteer wanneer ik in België aan de slag ben met dat verschil dat ik momenteel tijdens opdrachten geen laptop gebruik om bestanden te verwerken.
Ten opzichte van mijn vorig artikel heb ik een aantal stappen in mijn workflow meer in detail omschreven of zelfs aangepast. Mijn workflow beschouw ik niet als definitief en om die reden is ze onderhevig aan verbeteringen.
1. De opname
Ik fotografeer steeds in een ongecomprimeerd 14-bit raw-formaat. De bestanden zijn aanzienlijk groter (zo’n 25 MB), maar deze optie geeft me wel de zekerheid dat alle mogelijke details in het beeld aanwezig zijn. Ik heb het niet zo begrepen op gecomprimeerde of zogenaamde lossless compressieformaten. Tot op heden heb ik nergens uitsluitsel gekregen dat dergelijke compressies geen negatieve invloed hebben op de informatie in het raw-bestand en bijgevolg blijf ik het ongecomprimeerde formaat gebruiken.
2. Bestanden naar de laptop kopiëren
Met de bedoeling om tijdens de rondreis ook foto’s te verwerken, heb ik de weken vooraf informatie over verschillende laptops verzameld. Ik was op zoek naar een kleine, krachtige en toch enigszins lichtgewicht laptop. Mijn keuze viel op een MacBook Pro 13″. Omwille van een aantal redenen is Sony Vaio uiteindelijk uit de lijst geschrapt. Ik heb zelfs een Netbook overwogen, maar die zijn nog niet krachtig genoeg om vlot te kunnen werken.
Via een Sandisk Extreme Firewire kaartlezer importeer ik de bestanden in Adobe Lightroom. Bij de import kies ik de folder waarin de bestanden moeten staan, selecteer ik een persoonlijke develop setting (zie printscreen), voeg ik enkele trefwoorden (tags) en metadata-gegevens toe.
3. De eerste backup
Nadat de bestanden zijn overgezet, maak ik via het programma SuperDuper steeds een eerste backup naar een externe harde schijf (Western Digital My Passport 320GB).
4. Bestanden selecteren
Vervolgens begin ik in Lightroom met de selectie. Via de optie Rejected (toets X) duid ik de foto’s aan die niet gebruikt worden. Via Command+Backspace (Ctrl+Backspace voor Windows) verwijder je met één handeling alle niet-geselecteerde foto’s. Ik overloop en selecteer de foto’s meestal in één keer. Het kan gebeuren dat ik een tweede selectieronde hou al is die wel een flink stuk korter.
Uit deze finale selectie krijgen de effectief gebruikte foto’s nog een kleurcode. Een voorbeeld: ik hou een selectie van twintig foto’s over waarvan er tien daadwerkelijk voor website of print gebruikt worden. De resterende foto’s blijven in het archief en gebruik ik om ideëen op te doen of als documentatie om me een bepaalde situatie of plaats te herinneren.
Op dit moment werk ik nog niet met de Collections of Smart Collections, een op het eerste zicht handige feature die ik tot op heden verwaarloosd heb al ga ik de mogelijkheden hiervan de komende weken eens verder bestuderen.
5. Bestandsnaam wijzigen
Na de selectie hernoem ik de bestanden naar een (voor mij) logische en herkenbare bestandsnaam, bijvoorbeeld: datum_naamlocatie_nummerfoto.nef
6. Nabewerking in Lightroom
De bewerkingen die ik in Lightroom uitvoer, beperken zich meestal – waar nodig – tot het schuiven met de regelaars van de witbalans, exposure, recovery, blacks, vibrance, tone curve en color. Voor een omzetting naar zwart-wit maak ik een virtuele kopie waarvan ik de instellingen nadien desgewenst nog verder aanpas. Het profiel voor de camera calibratie staat standaard op Adobe Camera. Adobe levert sinds één van de laatste versies van Lightroom een aantal profielen mee. Ik denk niet dat een ander profiel me voordeel zou opleveren, het heeft volgens mij grotendeels te maken met smaak en afwerking. Het profiel blijft bijgevolg op Adobe Camera ingesteld.
7. Nabewerking in Photoshop
Tot op heden bewerk ik mijn beelden niet enkel en alleen in Lightroom. Ik converteer ze naar psd en open ze in Photoshop om hierin nog enkele kleine correcties door te voeren. Een aantal van deze standaardaanpassingen gebeuren meestal via zelf gemaakte actions. In Photoshop kan ik tevens de verscherping beter regelen (al heb ik de indruk dat de verscherping in Lightroom 3 Beta wel een pak beter werkt dan in de voorgaande versies). Bovendien kan ik veel accurater het contrast en de kleuren afstellen, tenzij je in Lightroom wilt werken met de localized corrections. Vanwege mijn ‘verouderde’ computer ben ik na dit avontuur niet meer zo wild van de Adjustment Brush in Lightroom. Photoshop biedt bovendien het voordeel dat je heel makkelijk en vlot met lagen en maskers kan werken.
Ik beschouw Lightroom momenteel enkel als raw-converter en archiveringstool waarin ik enkele basisaanpassingen doorvoer. Photoshop blijft in mijn workflow het programma waarin het beeld de finale look & feel krijgt. Het afgewerkte beeld wordt automatisch aan de Lightroom-catalogus toegevoegd en bevindt zich in de Library naast het originele raw-bestand (via de optie Stack With Original).
8. De tweede backup
Nadat de bestanden zijn bewerkt, maak ik via SuperDuper opnieuw een backup naar dezelfde externe harde schijf. Deze operatie herhaal ik meerdere keren per week, afhankelijk of ik die dag al dan niet foto’s heb geïmporteerd en/of bewerkt.
9. Bestanden naar de vaste computer kopiëren
De bestanden op de laptop wil ik graag op mijn vaste computer (Windows) overbrengen. In Lightroom kan je via het menu File – Export as catalog aanklikken. De geselecteerde foto’s kan je vervolgens exporteren als een nieuwe catalogus die ik op de vaste computer importeer via File – Import from catalog.
10. De derde backup
Een derde en tevens finale backup volgt als laatste stap in de workflow. Hier gebruik ik SyncBack voor backup en synchronisatie van de bestanden naar een externe behuizing. Tenslotte wordt de backup op één of meerdere A-grade dvd-r weggeschreven. Op dit punt heb ik drie backups van de foto’s: interne schijf op de vaste computer, externe schijf en dvd. De bestanden op de laptop mogen bijgevolg verwijderd worden om plaats te maken voor nieuwe catalogi.
Ziezo, tot hier een bijdrage over mijn workflow tijdens mijn rondreis door de Verenigde Staten.
Aanverwante berichten





{ 23 comments… read them below or add one }
Heel interessant, zoals steeds overigens.
Ik gebruik geen dvd’s meer als backup. Voltooid verleden tijd.
Alles in drievoud op externe LaCie-schijven. Eéntje in de werkruimte, ééntje op een andere plaats in huis én… een gouden raad aan iedereen, ééntje buitenshuis !!(in mijn geval bij mijn ouders)
Want er kan al eens een brandje uitbreken, stel je voor…
Koen, het wegschrijven naar dvd’s doe ik nog enkel voor de echt belangrijke data, zoals voor persoonlijk werk en reizen. En een externe schijf buitenshuis is inderdaad een goede tip, niet enkel in het geval van brand maar ook bij diefstal.
Ik wilde net dezelfde opmerking maken als Koen. Elke week breng ik een nieuwe backup naar mijn schoonouders en neem de oude opnieuw mee om thuis bij te werken. Brand en diefstal zijn reële gevaren! Francis Ford Coppola zou onlangs 20 jaar werk kwijt geraakt zijn omdat dieven er met zijn computer en externe backup-schijf vandoor gingen.
Ook online backups zijn niet meer onrealistisch. Sommige diensten (zoals http://www.backblaze.com) bieden voor erg weinig geld ongelimiteerde online backup aan. Spijtig genoeg zitten we in Vlaanderen nog met erg lage limieten voor down- en uploaden.
Lossless compressie zegt het meteen allemaal: je verliest niks. Waar komt het op neer? 1 pixel wordt dus door 14 bits vertegenwoordigd. Als de helft van je foto (800×600px) puur zwart (14 eentjes) is, en de andere helft puur wit is (14 nullen), zal een mogelijke compressie als volgt gebeuren:
Vervang 11111111111111 door 1
Vervang 00000000000000 door 01
Dan ga je dus van 800*600*14 bits = 821KB naar (800*300 + 800*300*2) bits = 88KB
Gezien je via pure expansie kan teruggaan, heb je een mega-compressie.
Hoe meer variëteiten van 14bits er voorkomen, hoe minder je kan comprimeren uiteraard, want voor iedere nieuwe “kleurschakering” heb je een nieuwe combinatie nodig. Een foto van de Sony Brava advert met gekleurde balletjes zal met lossless compressie veel minder worden teruggebracht dan een fotoportret met een egale zwarte achtergrond.
Ik ga hier heel kort door de bocht , er bestaan slimmere technieken, en misschien zit er wel een foutje in, maar ik hoop dat het principe een beetje duidelijk is. Misschien moet ik er anders een sessie over geven op Barcamp met titel Boring Mathematics for Photographers
Super-interessant, bedankt om dit te delen Serge!
Zoals altijd zeer interessant, Serge.
Wat de lokale edits betreft: de laatste tijd werk ik daarvoor nogal vaak met Viveza van Nik, dat als plugin voor Lightroom beschikbaar is. Dat was vroeger ongelooflijk duur (het kostte meer dan Lightroom zelf) maar kost nu nog ‘maar’ 149 Euro btw in. Het werkt met Niks speciale U-Point Technology, die snel en automatisch maskers aanmaakt en zo toelaat lokale edits te doen. Vrij verslavend spul, moet ik zeggen. Je kan het zelfs non-destructief gebruiken door het bestand vanuit Lightroom als Smart Object in Photoshop te openen, en dan de Photoshop-versie van de Plugin te gebruiken (die inbegrepen zit in die 149 Euro). Er komt een nieuwe versie in december, die zelfs toelaat om lokaal ‘Clarity’ of ‘Structure’, zoals Nik het noemt, toe te passen.
Ofwel heb ik er over gelezen, maar ik zie nergens staan dat je je bestanden naar dng omzet? Je behoudt dus de nef bestanden? Is daar een reden voor?
Jürgen, dat klopt, ik converteer niet naar DNG. Ik heb dat een tijdje gedaan met een aantal reeksen maar sinds de huidige of de vorige versie heeft Lightroom blijkbaar de optie ‘uncompressed dng’ uit de lijst gehaald. Wanneer ik nu converteer is dat steeds ‘compressed’, ik heb geen keuze meer. Ik merk dat mijn bestanden van een grootte van 25MB naar 12-14MB worden herleid terwijl dat met die voorgaande optie ook 25MB bleef. Ik blijf nog steeds enigszins sceptisch t.o.v. gecompresseerde formaten, ook na de duidelijke uitleg van Mike.
Piet, ik heb al van die plugin gehoord, maar nog nooit gebruikt. Ik zal het eens bekijken. Ik weet wel dat de U-Point Technology vroeger in Nikon Capture NX werd geïntroduceerd, dus echt nieuw is deze functie niet.
Mike, je uitleg klopt volledig. Een andere techniek is de opeenvolgende pixels met dezelfde waarde bij elkaar klitten in een aantal en een waarde.
111110000
000111111
000000011
wordt dan : 5 1 7 0 6 1 9 0 2 1
waardoor 9*3*14 = 378bits, 10*14 = 140 bits wordt
De compressie ratio neemt wel een duik als er veel verschillende waarden ne elkaar komen.
Bij
101010101
010101010
101010101
levert deze compressie dus geen voordeel.
MAAR! Je moet natuurlijk wel de fabrikant geloven als ze zeggen dat ze lossless comprimeren dat ze dan ook 1 van die losless technieken gebruiken.
@ SadRebel, dat is nu mijn twijfel, je weet dus niet welke techniek de fabrikant gebruikt om een lossless bestand te creëeren.
@SadRebel
Er bestaan inderdaad nòg veel meer geavanceerde technieken, maar het blijft een fotoblog natuurlijk. Voor iedere techniek geldt wel dezelfde regel… hoe meer variatie in pixels, hoe moeilijker de compressie wordt.
Als een fabrikant beweert losless te comprimeren en dat gebeurt niet, dan zal je er op het net wel over lezen. Wees gerust! Vooral als het lossless compressed dng is, wat een open standaard is (dus makkelijk controleerbaar, zou ik niet weten waarom ik het boeltje niet meer zou vertrouwen. Echt waar, Serge!
Serge, erg interessant. De tussentijdse backup is op reis een goeie tip, ga ik meer doen. Misschien een manier om de workflow nog iets efficiënter te maken: ik hernoem mijn bestanden al tijdens het importeren van de CF-kaart. Je kunt bij Filename zelf een schema aanmaken. Bij mij is dat mbargo_datum_origineel fotonr.CR2. Geen onderwerp in de naam van het bestand hier, maar da’s een andere discussie.
Bart, er is een reden waarom ik de bestanden niet hernoem tijdens het importeren.
Stel dat ik de bestandsnaam tijdens het importeren hernoem naar bijvoorbeeld:
20091117_losangeles_1.nef
20091117_losangeles_2.nef
…
20091117_losangeles_5.nef
…
20091117_losangeles_50.nef
Nadien maak ik mijn selectie en verwijder ik 25 bestanden. Ik heb graag dat de nummering netjes opvolgt dus moet ik opnieuw hernoemen. Wanneer ik dezelfde bestandsnaam behoud en bijvoorbeeld bestand 5 is niet verwijderd, gaat Lightroom me tijdens het hernoemen een melding geven dat 20091117_losangeles_5.nef reeds bestaat en de procedure wordt vervolgens afgebroken. (Deze foto is mogelijk niet dezelfde als in de originele reeks, alhoewel dat niet van belang is bij de hernoeming.) En bijgevolg zit ik met een afgebroken procedure en mag ik allerlei toeren uithalen om de bestandsnaam te verkrijgen die ik wil. Om die reden hernoem ik pas na een definitieve selectie, dan heb ik dat probleem niet, tenzij ik ergens iets over het hoofd zie?
Mocht een doorwinterde Lightroom-kenner me een hiervoor een goede oplossing aanreiken, wordt dat ten zeerste geapprecieerd. Of Piet van den Eynde, de Belgische Lightroom-guru, die nu ergens in Azië op een exotisch strand aan een cocktail zit te slurpen, mag ook gerust zijn hoofd hierover breken
@Mike
Daarom houden we ook zoveel van het internet!
Interessant.
Ik pas bij m’n rejeteced foto’s steeds ‘remove and trash’ toe zodat deze foto’s ook meteen van m’n harde schijf verwijderd worden. Dit staat wel niet standaard in het menu dus ik zoek deze functie steeds in het ‘help’ menu.
Nadeel bij export/import catalog vind k dat je bewerkingen op je foto’s niet mee geëxporteerd worden.
Bedankt voor de info.
I.v.m. compressie, bij lossless verlies je helemaal niets aan informatie. Voordelen: je bespaart (veel) plaats op je CF kaarten en op je harde schijven; het schrijven en lezen op je kaart en harde schijf kan sneller gaan (minder data). Nadelen: iets meer rekentijd voor compressie en decompressie maar is waarschijnlijk te verwaarlozen.
Doe eens een test: maak twee foto’s van hetzelfde onderwerp (liefst met zeer veel detail), één met en één zonder compressie. Vergelijk ze dan. Doe eventueel dezelfde extreme bewerkingen op beide foto’s (bvb. exposure compensatie bij een sterk onderbelichte foto).
@ Serge. Ik heb hier even mijn cocktail aan de kant geschoven. Ik heb jouw workflow even gerepliceerd met een viertal dummy bestanden. Bij mij wordt de procedure niet afgebroken, maar ik krijg een ongewenst suffix 0001-2 bij het eerste bestand… Afijn, het komt er ook op neer dat de gewenste nummering niet bereikt wordt.
Ik zou het volgende voorstellen: nadat je de bestanden rejected en gedelete hebt, selecteer je de overige en hernoem je die eerst naar een tussenliggende naam, bijvoorbeeld 20091117_losangeles_tijdelijk_(en hier dan de variabele sequence#1 uit Lightrooms renaming-nummeringsopties). Dat zorgt ervoor dat je geen conflicten krijgt en dat LR niet in een soort ‘loop’ geraakt waar het niet uit kan.
Daarna kan je alle hernoemde bestanden opnieuw selecteren en ze opnieuw hernoemen naar de gewenste naam: 20091117_losangeles_(en dan hier opnieuw de variabele sequence#1).
Dat zou moeten lukken. Bij mij alvast wel (kan ook aan de cocktails liggen).
Het lijkt omslachtiger dan het is: je kan zelfs voor je ‘tussenliggende’ stap ook een preset aanmaken.
Hope this helps!
Nog dit ivm DNG: ik heb het een tijdje gedaan maar doe het nu ook niet meer, zij het om een andere reden dan Serge: ik werk af en toe met DxO Optics Pro (vooral om lensvertekeningen automatisch te corrigeren) en dat leest geen DNG. Ik ben dat pas te weten gekomen nadat ik een hele reeks foto’s van winkels voor een klant had geconverteerd naar DNG en de originele NEFs al had verwijderd. Heb alle correcties manueel mogen doen.
Piet, die tussenoplossing heb ik ooit al eens uitgevoerd, maar dat is dus dubbel werk en bijgevolg hernoem ik mijn bestanden niet meer bij de import, maar direct na de definitieve selectie. Ik dacht dat ik iets over het hoofd had gezien of dat er een andere correcte werkwijze bestond, blijkbaar niet dus.
Serge, er is wel een oplossing voor het hernoemprobleem. Ik gebruik alleen de originele nummers uit de oorspronkelijke file. Dus de nummering verandert bij mij niet meer van het moment dat de foto uit de camera komt tot aan de afgewerkte jpg voor de klant. In elke fase van je productieproces kun je dan de file traceren aan de bestandsnummering, en als je ook een datum in je hernoemde file zet, zullen er nooit dubbels uitkomen (maar dat is bij jou ook niet vermits je een plaatsnaam in de file zet). Peter Krogh is een van de DAM-goeroe’s bij uitgeverij O’reilly (Digital Asset Management) die dat aanraadt, daar heb ik ‘t geleerd. Maar misschien heb jij een goeie reden om een nummering van 1 te beginnen?
Bart, is op zich een goede techniek, maar als je de oorspronkelijke nummers gebruikt, dan zit je weer met gaten in de nummering als je foto’s verwijdert, en ik dacht dat dat nu net was wat Serge wou vermijden…
Bart, die techniek is me bekend, heb het DAM Book ook gelezen, maar dan heb ik inderdaad weer gaten in de nummering en dat wil ik dus vermijden.
Ik fotografeer zelf meer in de studio, maar ik wil mij meer gaan richten op locatie fotografie. Erg interessant artikel bedankt!